6.1.11

Potifar 19

De Grote Boentoet tikte met een mes tegen zijn wijnglas. Ogenblikkelijk stonden zijn beveiligers, herkenbaar aan hun kaalgeschoren schedels, van hun aparte tafeltje op en renden naar voren, pakten ieder een stoelpoot en hieven de Grote Boentoet boven hun schouders. Het hele gezelschap ging staan.
Partijideoloog Pinus Stabberzdrond riep: "Boen! Boen! Boen!"
De rest schreeuwde: "Toeoeoeoeoeoeoet!"
Dat gebeurde drie keer, daarna werd de stoel met de Grote Boentoet voorzichtig neergelaten en keerden de beveiligers naar hun tafeltje terug. De Grote Boentoet begon zijn toespraak. Hij heette Maupertuis Farine de Ruau en Archibaldus Tuinhekje van harte welkom en drukte zijn onuitspreekbare dankbaarheid uit dat ze hem de kans hadden gegeven zich dusdanig te manifesteren zoals, hij de Grote Boentoet dat wenste en vervolgens richtte hij het woord tot Jopie Schoonbroertje, die hij, en dat wilde hij toch wil even benadrukken, tot zijn goede vrienden rekende, omdat Schoonbroertje waar hij maar kon de partij steunde.
Daarna was het tijd voor de partijyell.
De Grote Boentoet riep: "Fuck!".
Waarop het gezelschap aanvulde: "Islam!"
"Fuck!", riep de Grote Boentoet weer.
"Moham..."
Op dat ogenblik kraaide Neander: "Ja, ja.... ik wil neuken", zodat "med" verloren ging.
Kaskelia, die nog een restant soep in haar mond had, drukte, om hem tot zwijgen te brengen, meteen haar mond op die van Neander. Maar Neander was door het dolle heen en begon op de melodie van Ajax, wint de wereldcub "Neueueueuken, neuken, neuk, neuk, neuk" te zingen.
Zijn colbertje zat inmiddels onder de gefrituurde spekzwoerdjes.
De Grote Boentoet wenkte Kaskelia en vroeg samen met Neander haar biezen te pakken.