19.2.19

Ach, toen 2

Vandaag neem ik u allereerst mee naar het jaar 1948, het jaar waarin Eelco van der Flats, maar het kan ook Flatmans, Flattenburg of iets dergelijks zijn, geboren werd en dankzij zijn echtgenote - geboren Janneke Zoutvaatje - die theekopjes en ander servies, waaronder  eierdopjes, decoreerde, om over beddenspreien en antimakassartjes maar niet te spreken, kon opstoten in de vaart der christelijk volkeren als minister van cultuur en al wat dies meer zij, waarna  het met hem bergaf leek  te gaan omdat zijn grote voor- en roerganger - wiens naam mij op dit moment ontschiet - maar die ver voor "me-too" tot de orde werd geroepen, hem liet struikelen, alhoewel Van der Flats, maar het kan ook Flatmans, Flattenburg of iets dergelijks zijn, zoals in Nederland gebruikelijk naderhand toch een hoge functie bereikte, denkt u maar aan Maaike Wegwerker,  die naar haar falen in het verkeer, hoge ogen in Brussel gooide. Ook uit dat jaar dateert grapjas Japie Draadnagel, die carriere maakte bij de arbeidersradioamateurs, maar vervolgens voor meer geld koos, wat dat betreft kan hij een hand geven aan Telegraafcolumnist en professor Wilhelmus Adrianus Huizermeent, van huis uit socialist,  alhoewel door velen - en niet ten onrechte - daaraan wordt getwijfeld.
Lang geleden, veel van de lezers van dit blog waren nog prénataal, gaven sommige mensen, hier maar ook elders, hun mannelijke nakomelingen de hondennaam Victor of Viktor - Bello, Pakze en Bonzo waren minder in zwang - zo hoorden wij nimmer van een Bonzo van Vriesland noch van een Paus Bello II  of een Pakze Hugo -  Victor of Viktor, in beide  gevallen is de betekenis van de naam: winnaar,  met een k gespeld (dus Viktor) is het de glorieuze voornaam van de hedendaagse Hongaarse orbanisator, een woord  dat op zijn beurt volgens sommige linguïsten is afgeleid van stormban - in het Duits Sturmbann - waarvan tevens Sturmbannführer afkomstig is,  dit gezegd zijnde dient te worden vastgesteld dat genoemde Viktor niets van socialisme moet hebben doch een groot voorstander is van nationalisme, de voornaamste nazipoot waarop Adolf Hitler steunde,  Viktor, geboren zeven jaar na de Hongaarse opstand van 1956, waarna vele Hongaarse vluchtelingen liefdevol elders werden opgenomen, heeft de PEST aan de vluchtelingenstroom uit oorlogsgebieden zoals Syrië e.o., dat klinkt onlogisch, maar is het niet: verder dan de Hongaarse geschiedenisboeken, waarin de fascist Miklós Horthy een hoofdrol speelt, is Viktor niet gekomen: vreemdelingen zijn er om te haten, behalve wanneer ze als toerist flink wat geld in het Boedapester laadje brengen. Onder aanvoering  van genoemde orbanisator heerst thans in Oost-Europa een geest van het  ware, ik zou willen zeggen, vroeg middeleeuwse christendom, nog net niet ter kruisvaart, maar Tsjechië, Polen Slowakije en  Hongarije kennen een ongebreidelde bereidheid vreemde invloeden niet toe te laten, zelfs deze te vernietigen, men mist immers het vertrouwde kompas waarop jarenlang blindelings kon worden gevaren: de leiding van het grote broedervolk, dat van  de Sowjet-Unie, en zou, ondanks de financiering door West-Europa van allerlei gezellige, maar vooral kostbare en in feite onnodige projectjes, volgaarne de trepak met Putin dansen, want dat is pas een leider naar hun hart. Daar hebben we bijvoorbeeld Milos Zeman, die ondanks die naam nimmer van "De klok van Arnemuiden" hoorde, laat staan het lied kan zingen en tevens de muzikaliteit van zigeuners noch dat volk zelf kan waarderen.  Er  gingen ooit onder het mom van solidariteit (solidarinosc) ganse vrachtladingen vol goede  gaven vanuit Nederland naar Polen en u bezit wellicht het waanidee dat goed voorbeeld goed volgen inhoudt, maar de Polen zijn die, voor hun klaarblijkelijk smadelijke, episode vergeten en hebben totaal andere, zeer, zeer katholieke, zaken aan hun hoofd, misschien zelfs een pogrommeke hier en een pogrommeke daar, want die geliefde bezigheid hield hun zelfs na de Tweede Wereldoorlog op de been, vreemdelingenhaat zit bij de doorsnee Pool bijna ingebakken. Een volgend maal vertel ik u over  de fantastische avonturen van de Duitsebondsrepublikein Hampelmann Maria Glopkens.
Adeline Plunkenborgh-Smallenborst, Deventer.