13.2.19

Festijn 6

Aan het eind van een lange gang vind ik een door Polen en Hongarije gezamenlijk - met via corruptie verkregen Europees geld - gehuurd zaaltje, waarin de heren  Kaczynski en Orbán tegenelkaar opbieden hoe zeer zij de vluchtelingen haten; roept Kaczynski dat ze een uur in de wind naar knoflook stinken, dan schreeuwt Orbán dat dat een volslagen onjuiste waarneming  is en dat de geur van vluchtelingen het best te vergelijken valt met de stank van varkensmest, waarop Kaczynski vervolgens komt met een vijfdagenoude lijkenlucht en Orbán reageert met "Vijfdagenoude lijkenlucht? Een maandoude lijkenlucht zal je bedoelen!" Als ik me verwijder vallen ze elkaar huilend van het lachen in de armen: "Ze stinken, ze stinken, ze stinken (śmierdzą & ők büdös ) en komen er bij ons nooit, néé nooit, in."
In een lange corridorkomen mij twee uiterst benevelde Drenten tegemoet, die doordat ze de tekst van de "Skotse Trije" niet hebben verstaan en omdat ze klaarblijkelijk ernstig in de PVV zijn luidkeels kwelen: "Hup soep'n met Geert derbie",  ik overweeg een  ogenblik hen  van de juiste tekst te voorzien, maar besluit dat niet te doen omdat ik op datzelfde moment de stand van het "Front Nationale" passeer, waarvoor een deel van de Tweede Kamerfractie van de PVV heeft postgevat in een buitengewoon originele vermomming bedacht door de grote leider zelfs: bolhoed, ziekenfondsbril en hangsnor, terwijl het onder leiding van Dion Gaus: "Zorg dat je erbij komt, bij Marine" zingt. Ik draai me  om en zie dat de op 22 october 1879 te Beetsterzwaag geboren baron mr. dr. Pieter Albert Vincent van Harinxma thoe Sloten  met zijn wandelstok met zilveren knop en de op 13 januari 1865 te Weesperkarspel geboren  agent der derde klasse Jelte Jelgersma met zijn mahoniehouten baton de eerder vermelde benevelde Drenten wegens aanranding van alles wat Frysk en Frij is het ziekenhuis inslaan, waarbij de baron duidelijk laat merken dat  wat hem betreft  er  ten paleize niet wordt gezopen en zeker niet met Geert erbij. 
Dan klinkt een overluide claxon en moet ik me naar de grote zaal reppen,het eerste nummer na de pauze wordt geopend met de mars "Alte Kameraden" terwijl Rintje Pieter Sybesma (geboren 22 januari  1894 te Tsjerkgaast) het toneel betreedt, hij jongleert, niet met kop en schotels, niet met borden, maar met hoofddeksels, met Duitse petten, u weet wel: met die hoge "voorgevels". Het zijn zwarte petten die in razende vaart worden omhoog gesmeten en weer opgevangen, eerst drie, dan vijf, dan zeven en tenslotte negen, de tiende pet zet Sybesma op, luid toegejuicht door een aantal aanwezigen, want het hoofddeksel blijkt een SS-pet. De toevalligerwijze naast mij gezeten, eveneens in Bussum woonachtige, Alida Schwanzgebrüt (geboren 3 februari 1784 in Oberammergau) krijst luidkeels "Dat oedje staat je oed, dat oedje moet je ouden, waarop Sybesma antwoordt met "Ei, ei, ei, ei, hoe prettig is zo'n jagerij al op de Drentse hei...", terwijl hij knielend samen met zijn herdershond Wolf in de richting Berchtesgaden de  Hitlergroet brengt. Vervolgens is de beurt aan ene Lee Greenwood (geboren 27 october 1942 te Los Angeles). De ietwat verlopen ogende Greenwood zingt "God bless the USA", terwijl bij Trump toch eerder sprake is van "De Verenigde Staten zegenen de heer Trump".