5.2.19

PIJP

Vanmorgen stond een pijproker voor het station, dat is een uitstervend mensensoort, want er gaan soms maanden voorbij voor ik er één zie en ik heb iets met een pijp. Jarenlang was ik onderweg met in de linkercolbertzak twee pijpen - want je mag een warme pijp nooit opnieuw vullen en aansteken - en in de  rechterzak een blik tabak. Dat ik gestopt ben heeft veel te maken met de verkrijgbaarheid van mijn favoriete tabak. Op zeker moment was die van de firma Dunhill niet meer  leverbaar, het wonderlijke was dat ik hem terugvond in een klein winkeltje in het  station van Münster, ik stuurde een bericht met de vraag naar het hoe en waarom naar de Nederlandse leverancier en wacht nog altijd op antwoord. Na een paar jaar was Dunhill weer terug om daarna opnieuw te verdwijnen. Het leek er op of Frank Cooper zijn oranjemarmelade uit de schappen had gehaald, je het als jamliefhebber met Chivers moest doen, vervolgens was Frank Coopers "Vintage Oxford Marmelade" weer leverbaar, om tenslotte voorgoed te verdwijnen. Ik was en ben redelijk merktrouw, dat begrijpt u. Ik heb het pijproken van niemand vreemd, mijn vader (zie foto, met mij aan de hand), deed het en ik herinner me dat ik, ik moet zeventien geweest zijn, één van zijn pijpen heb  geleend, deze tweemaal na elkaar opstak en tot zijn grote pret kotsmisselijk in de  badcel belandde. Maar ik heb  doorgezet en mijn favoriete tabak (destijds "Pibroch") steevast bij G. de Graaff in de Haagse Heulstraat aangeschaft, de eigenaar leerde me ook hoe ik een pijpenkop kon  laten glimmen namelijk door hem even  langs mijn neusvleugels te halen. Maar terug naar de man voor het  station want ik kon niet nalaten hem op zijn zeldzaamheid te wijzen. Toen toonde hij mij zijn pijp, zonder tabak. Helemaal leeg.  Maar hij rookte wel. "Met de  nodige problemen in Italië laten electrificeren", ze hij.  Ik knikte, maar vond  zijn pijp precies een Jaguar E-type, die wordt tegenwoordig omgebouwd met een electromotor in het vooronder.