10.1.12

Leentjebuur

 Alexandre Stellio

Wilbur de Paris deed het met "Cielito Lindo", Humphrey Lyttelton met "Mo pas lemmé  ças"*: leentjebuurspelen buiten het geijkte oude jazzrepertoire. Ik heb dat altijd leuk gevonden, al moet ik er meteen bij aantekenen dat het vanaf het allereerste begin niet ongebruikelijk was dat bepaalde muzieksoorten in de nieuwe wereld elkaar beinvloeden. New Orleans was nu eenmaal een zeehaven en het is niet verwonderlijk dat je bijvoorbeeld in de muziek van Jelly Roll Morton soms invloeden hoort uit Latijns Amerika, en de precieze uitvoering van W.C. Handy's "St. Louis Blues" vereist dat het stuk begint met een habanera-achtig ritme.
Maar hoe zat het omgekeerd, wat vinden we van New Orleans terug in de Caraïben? Eind jaren twintig was het in Parijs in elk geval overduidelijk, toen Parijs "biguinait". Helaas zijn we wat betreft de uit Guadaloupe en Martinique afkomstige biguine ernstig in de de war geraakt door Cole Porters "Begin the Beguine" en dat is helemaal geen biguine. Wie een  echte biguine wil horen kan het best terecht bij het orkest van clarinettist Alexandre Stellio, die in 1929 samen met Ernest Léardée en Archange Saint-Hilaire vanuit Martinique naar Parijs kwam en binnen de kortste keren de stad op zijn kop zette. Er zouden nog veel muzikanten van de Franse Westindische eilanden volgen. Gelukkig blijft door het Caratini Jazz Ensemble Stellio's repertoire ook nu nog levend.

* Creools voor: "Daar houd ik niet van", alhoewel ik me afvraag of die laatste s niet een overbodige Engelse toevoeging is.