4.5.15

4 mei

In 1965 schreef J.B. Charles (professor W.H. Nagel 1910 -1983) "Voor kinderen van ezeldrijvers" als kwadraatpamflet 26 (uitgeverij De Bezige Bij). Op bladzijde 25 vond ik de volgende regels: "Minister-president Marijnen heeft in het voorjaar van 1965 een uitspraak gedaan die nu veelbetekenend wordt: wij zouden op de vierde mei niet alleen de slachtoffers van het anti-humanisme (nee, zo zei deze excellentie het niet) moeten herdenken, maar allen die 'in het belang van het koninkrijk' gevallen zijn. Dat zijn de jongens die in de indonesische oorlog gesneuveld zij, de Korea-vrijwilligers, en straks misschien de nederlandse Vietnam-strijders of het San Domingo-legioen. G.H. Slotemaker de Bruïne merkte hierover op: 'Moet men soms de mythe dood dat de doden die wij herdenken zich verzet hebben tegen het nihilisme?' Een aparte 4-mei-herdenking zal er dan toch moeten komen; onze doden hebben niets te maken met 'het belang van het  koninkrijk'.
Wij weten inmiddels wie er vandaag allemaal - op één hoop geveegd - herdacht worden en een aparte herdenking is er schandelijk genoeg nooit gekomen.